Wetenschappers van het Amsterdam UMC ontdekten per toeval een behandeling die voorkomt dat diabetes type 2 patiënten insuline moeten spuiten.

1 miljoen Nederlanders hebben diabetes. Een groot deel hiervan moet dagelijks insuline spuiten. Met de nieuwe manier van behandelen is dit mogelijk niet meer nodig. De nieuwe behandeling lijkt in eerste instantie geschikt voor 70.000 patiënten. Dit zijn zogenaamde grensgevallen: patiënten die al medicatie slikken, maar een zo hoog bloedsuikergehalte hebben dat ze binnenkort insuline zullen moeten gaan spuiten.

Tijdens de behandeling wordt een ballonnetje via de mond ingebracht in de twaalfvingerige darm. Deze wordt voor tien seconden gevuld met warm water, waardoor de darmwand van de twaalfvingerige darm heel oppervlakkig gekookt wordt. Het slijmvlies in de dunne darm schroeit weg door de hitte. Binnen twee weken keert er nieuw slijmvlies terug, wat zorgt voor een verbetering van de bloedsuikerspiegel. Patiënten hoeven hierdoor geen insuline te spuiten. De methode is inmiddels bij 50 patiënten uitgevoerd. Zij hadden geen klachten na de behandeling.

Een jaar na de behandeling is de ziekte bij 90% nog steeds stabiel. Zij slikken nog wel medicijnen. Het effect op langere termijn moet echter nog worden onderzocht. Ondertussen wordt er onderzocht of de behandeling ook werkt bij patiënten die al insuline gebruiken. De eerste resultaten zijn heel positief: de meeste patiënten gebruiken na de behandeling geen insuline meer.