Health Business

Havermout

Gezond ontbijten? Neem havermout. Het goedje staat dikwijls onderin de schappen maar gaat door het dak van gezondheid. Haver wordt gemaakt van haver. Wanneer de haver niet geplet is noem je het grutten. Grutten hebben echter een langere bereidingstijd nodig dus de meeste mensen eten geplette of verknipte grutten die havervlokken of havermout worden genoemd.

Havermout bevat veel gezonde vezels, in het geval van haverproducten worden die betaglucanen genoemd. Die vezels nemen veel vocht op in de darmen en daarbij nemen ze cholesterol, galzouten en vetzuren. Met name het slechte LDL-cholesterol daalt daardoor.

Doordat haver vocht opneemt in de darmen zwelt het op met als gevolg dat je je sneller vol voelt. Dat havermout relatief weinig calorieën bevat is een ander voordeel. Ook zitten er veel vitamines, mineralen en antioxidanten in havermout. En ten laatste, havermout is ontzettend goedkoop. Ook mooi meegenomen.

 

Thalassemie

In zijn meest ernstige vorm en zonder goede hulp kan thalassemie dodelijk zijn in de vroege kindertijd. Het is een aandoening die weinig bekendheid geniet. De meest ernstige variant is transfusie afhankelijke B-thalassemie. Woensdag 8 mei is internationale thalassemie dag om de bekendheid van de aandoening te vergroten en degene die de aandoening hebben te eren.

Thalassemie is een genetische aandoening die vele vormen kent. Het is onderdeel van een groep van bloedaandoeningen. Het hemoglobinegehalte in het bloed wordt er negatief door beïnvloed. De aandoening beperkt de zuurstofopnamecapaciteit van het bloed.

De zwaarste vorm is transfusie afhankelijke B-thalassemie. 1 ⅕ % van de wereldwijde bevolking lijdt aan de aandoening en per jaar komen er 60,000 nieuwe mensen bij die het hebben. Het is een zeldzame genetische ziekte en de ziekte is meer prevalent in de regio van de Middellandse zee. Een diagnose wordt normaliter in de eerste twee levensjaren gesteld. De rode bloedcelproductie kan niet genoeg rode bloedcellen maken wat leidt tot een gebrek aan zuurstof. Een bloedtransfusie krikt het gehalte rode bloedcellen op. Sommige patienten hebben zo’n transfusie iedere twee weken nodig.

Vanwege het zuurstoftekort leiden patienten aan chronische bloedarmoede, vergaande gezondheidsproblemen en een kortere levensverwachting. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat 82% van de patienten aangeeft dat de ziekte een vergaande invloed heeft op het dagelijkse leven.

 

RIVM waarschuwt voor smog en zon tijdens Pasen

Het RIVM waarschuwt voor smog tijdens Pasen. Door de vele vreugdevuren zal er smog door fijnstof ontstaan vanaf zaterdagavond.

Van de website:

‘ De mogelijke overlast (bijvoorbeeld rook, stof en geur) en het gebied dat hinder ondervindt, is afhankelijk van de windrichting, windsnelheid en het besluit van lokale overheden om het paasvuur door te laten gaan.
Een verhoogde concentratie fijn stof in de lucht kan, samen met andere luchtverontreiniging, leiden tot een verminderde longfunctie, verergering van astma en COPD (chronic obstructive pulmonary disease)  en een toename van luchtwegklachten als piepen, hoesten en kortademigheid.
Vooral mensen met longaandoeningen, zoals astma en COPD, en (oudere) mensen met hart- en vaatziekten kunnen last ondervinden. Zij kunnen klachten voorkomen of verminderen door zich niet overmatig in te spannen. In sommige gevallen kan medicatie – in overleg met een arts – worden aangepast.’

Informatie

  • Actuele en verwachte smogniveaus vindt u op luchtmeetnet.nl
  • NOS
  • Teletekst pagina 711 en 712
  • De luchtkwaliteitsapp van het RIVM
  • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
  • GGD
  • Gemeentelijke Gezondheidsdienst
  • Amsterdam, DCMR
  • Milieudienst Rijnmond
  • Pprovincie Limburg
  • OMWB
  • ODRA
  • Als u klachten ondervindt, kunt u hierover contact opnemen met uw huisarts of de plaatselijke GGD

Informatie over longziekten en luchtvervuiling vindt u bij het Longfonds

RIVM: Zomerse zon verwacht: geniet maar verbrand niet

De komende dagen wordt het zonnig en warm. Veel mensen gaan genieten van de zon. Zorg er dan voor dat je dit verstandig doet: de ongewende huid kan nu snel verbranden en dit kan huidkanker veroorzaken.

Bescherming tegen de zon

Om verbranding door de zon te voorkomen is goede bescherming belangrijk:

  • Blijf tussen 12.00 en 15.00 uur zoveel mogelijk uit de zon en zoek de schaduw op.
  • Bedek de huid met kleding en draag een pet of zonnebril.
  • Smeer de onbedekte huid in met zonnebrandcrème met minstens factor 15.
  • Besteed extra aandacht aan het beschermen van (jonge) kinderen tegen UV

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) meet voortdurend de hoeveelheid ultraviolette (uv)-straling van de zon: de zonkracht. Volgens verwachtingen van het KNMI  kan de zonkracht de komende dagen tot 4 of 5 oplopen. Dit betekent dat de huid binnen 20-25 minuten kan verbranden, afhankelijk van het huidtype.

Effecten van uv-straling

Een beetje UV-straling van de zon is goed voor je, want het zorgt ervoor dat ons lichaam vitamine D aanmaakt. Teveel UV-straling is niet goed: je huid verbrandt en veroudert sneller. Ook kan UV-straling bijdragen aan staar. Op de lange termijn is zonverbranding de belangrijkste oorzaak van huidkanker. Vooral kinderen zijn hier extra gevoelig voor.

Van de website van het RIVM

Op een na grootste ebola uitbraak ooit

De Wereldgezondheidsorganisatie kwalificeert de ebola uitbraak in de Democratische Republiek Congo nog niet als noodtoestand. Het is de op een na grootste ebola uitbraak ooit. 1206 mensen zijn geïnfecteerd en er zijn 764 mensen omgekomen. De aanpak van ebola wordt enorm gehinderd door de veiligheidssituatie in het land. Experts geven aan dat het mede daarom heel lastig wordt om de uitbraak te controleren. Er is meer geld nodig om het probleem aan te pakken. Tot op heden is slechts de helft van het budget benodigd voor de aanpak ingezameld.

De uitbraak startte in augustus 2018 en woekert in twee noordelijke provincies (Kivu en Ituri). De groeiende onveiligheid in de regio maakt de aanpak lastig. De afgelopen weken is het aantal gevallen toegenomen en spillover naar naburige landen is zeer reëel. Het risico op wereldwijde verspreiding is vooralsnog laag.

Ebola is een virus dat initieel koorts, extreme zwakte, spierpijn en een pijnlijke keel veroorzaakt. Vervolgens heeft de getroffene last van overgeven, diarree en zowel interne als externe bloedingen. Mensen kunnen geïnfecteerd raken bij direct contact met de huid, mond, neus, het bloed, braaksel, ontlasting of lichaamssappen van iemand die ebola heeft. Mensen sterven door uitdroging of meervoudig orgaanfalen. De meeste ebola uitbraken zijn kortdurend en beïnvloeden kleine groepen mensen. De grootste uitbraak vond plaats in West Afrika tussen 2013 en 2016. 11310 mensen vonden toen de dood. Lichtpuntje. Tegenwoordig kunnen mensen preventief ingeënt worden.

 

Euthanasie en dementie, vergeet het maar.

Wat als je moeder ooit heeft aangegeven dat ze niet geëuthanaseerd wil worden maar dat door dementie niet meer kan bevestigen? Een dilemma. Artsen moeten de regelgeving volgen.

In maart 2019 hield de artsenfederatie KNMG een paar rondetafelgesprekken om voorgaande dilemma’s te bespreken met ethische, juridische en maatschappelijk specialisten. Maatschappelijke, beroeps -en patiëntenorganisaties zaten ook aan de tafel.

Er zijn verschillende perspectieven die elk hun eigen belang hebben. De gesprekken tonen de verschillende invalshoeken en vergroten het begrip voor elkaar.

Van de website van de KNMG:

‘Meneer Van Dam (84) heeft de ziekte van Alzheimer. Na een snelle achteruitgang is hij opgenomen in een verpleeghuis. In een enkele jaren daarvoor opgesteld euthanasieverzoek heeft hij aangegeven niet naar het verpleeghuis te willen. Tegen de huisarts zei hij destijds: ‘Als ik moet worden opgenomen, wil ik euthanasie. Dat is voor mij ondraaglijk lijden’. Zijn echtgenote herkent hij vaak niet meer. Soms is hij verdrietig en boos dat ze hem ‘in de steek heeft gelaten’. ’s Nachts dwaalt hij geregeld door het verpleeghuis. Hij lijkt dan erg ongelukkig en in de war. Soms zegt hij tegen de specialist ouderengeneeskunde dat hij dood wil, andere keren ontkent hij dat. ‘Wie, ik dood? Nee hoor dokter!

 

Een ongewilde situatie

“Vreselijk dat we in deze situatie zijn beland”, zeggen de deelnemers die zich verplaatsen in de rol van de naasten van meneer Van Dam. “Mijn man, onze vader, moest in een crisissituatie plotseling naar het verpleeghuis, terwijl in zijn schriftelijk euthanasieverzoek staat dat hij dat níet wilde. Nu zitten we ermee. Het enige wat wij nog kunnen doen, is ervoor zorgen dat zijn wens wordt uitgevoerd.”

De eisen van de wet

De deelnemers in de rol van arts kijken er anders naar: “Het is duidelijk dat uw man, jullie vader, soms ongelukkig is. Maar als ik hem ernaar vraag, zegt hij dat hij niet dood wil. Dat maakt de situatie gecompliceerd.” Als arts zien zij onvoldoende grond om het euthanasieverzoek in te willigen, want één van de eisen van de euthanasiewet is dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden: “Al zou ik er zelf nog toe bereid zijn, het mag gewoon niet volgens de wet.”

De naasten ervaren de reactie van de arts als “een klap in hun gezicht”. Zij betwijfelen of meneer Van Dam zelf nog iets zinnigs kan zeggen over hoe hij zich voelt en wat hij wil. Ze zeggen tegen de arts: “Hij is niet meer wilsbekwaam. De ziekte heeft zijn echte persoonlijkheid overgenomen. Als u hem als gezonde man had gekend, zou u weten dat hij nooit in deze situatie had willen belanden. Waarom zijn we hier niet voor gewaarschuwd? Hoe hadden we deze ellende kunnen voorkomen?”

Een eng gevoel

“Het voelt wel een beetje eng dat er zo over mij wordt gesproken”, zeggen de deelnemers in de rol van patiënt. “Doet het er niet meer toe wat ik zelf zeg en voel? Wordt aan een eerder opgesteld euthanasieverzoek meer waarde gehecht dan aan wat ik nu zeg of met mijn gedrag laat zien? Ik dacht dat ik door dat schriftelijke euthanasieverzoek een probleem zou voorkomen, ik wilde mijn naasten verdriet besparen. Maar kennelijk heb ik iedereen juist met een groot probleem opgezadeld.”

“Als arts voel ik me nu machteloos. Ik kan niet iets doen wat niet mag”, ervaren diverse deelnemers in de rol van arts. Het moeilijke van dementie is dat het verloop ervan niet te voorspellen is, zien zij: er zijn vele vormen van dementie en elke persoon reageert daar weer anders op.

De deelnemers concluderen: je moet regelmatig met elkaar in gesprek bij een schriftelijk euthanasieverzoek. De fase waarin iemand nog wilsbekwaam is, is soms snel voorbij. Als er niet meer met de persoon zelf over het lijden en de doodswens gecommuniceerd kan worden, ontstaat een groot dilemma.

Mevrouw Ter Steeg (62) heeft sinds 7 jaar vasculaire dementie. Zij is volledig afhankelijk van hulp en zit de hele dag in een stoel met een blad om vallen te voorkomen. Kort na de diagnose dementie legde zij vast euthanasie te willen als zij haar kinderen niet meer zou herkennen. Dat moment is nu aangebroken. Ze geeft niet meer uit zichzelf aan dat ze honger of dorst heeft, maar als haar iets wordt aangeboden eet en drinkt ze wel. Ze vertoont geen tekenen van lijden en lijkt tevreden met de situatie. Haar naasten vinden haar situatie onwaardig en dringen aan op euthanasie: ‘Dit had moeder niet gewild.’ Als de arts aan mevrouw zelf vraagt of ze euthanasie wil, lijkt ze niet te begrijpen wat de arts zegt.

De pijn van de naasten

“Het is vreselijk om onze moeder zo te zien. Die totale ontluistering”, zeggen de deelnemers in de rol van naasten. “Ze is de regie helemaal kwijt en herkent ons ook niet meer. Ziet u hoe ze erbij zit? Het is voor ons niet om aan te zien. Dit is nu juist waar onze moeder bang voor was. Ze kan het zelf niet meer zeggen, maar dit is onze moeder niet meer. Euthanasie is de enige uitweg.”

De kloof tussen wens en werkelijkheid

“Het is niet zo dat uw moeder ondraaglijk lijdt; ze lijkt over het algemeen best tevreden”, reageren de deelnemers in de rol van de arts. “Waarom komen jullie hier nu pas mee? Na het euthanasieverzoek zeven jaar geleden is er niet meer over gesproken. Ook heeft jullie moeder nooit zelf concreet om euthanasie gevraagd. Dat maakt het heel lastig. Wij zien heel vaak dat het perspectief van mensen tijdens hun ziekte opschuift. Mensen denken dat het leven onleefbaar wordt als ze zichzelf niet meer kunnen redden of als ze hun naasten niet meer herkennen, maar als het eenmaal zo ver is, ervaren ze dat toch anders. Wens en werkelijkheid – daar zit soms een ravijn tussen.”

Welke belangen wegen het zwaarst?

“Onze moeder kan er wel tevreden uitzien, maar daaruit blijkt juist dat zij zichzelf niet meer is. Wat ze zegt of doet, is niet meer van betekenis”, zeggen de naasten. “Waarom neemt u niet aan wat wij zeggen? Dit was haar laatste wens.”

De informatie die de naasten geven, is heel belangrijk, vinden de ‘artsen’, maar een dosis gezond wantrouwen blijft verstandig. “Familieleden zijn het niet altijd met elkaar eens. Ook kunnen er andere motieven meespelen om een situatie te beëindigen. Zeker als de ziekte heel lang duurt en de last zwaar wordt, of als naasten zich schuldig voelen omdat ze hun partner of ouder hebben beloofd dat ze een bepaalde situatie zouden voorkomen. Maar een arts heeft de taak om te kijken hoe het met de persoon zelf gaat en of er tekenen zijn van ondraaglijk lijden.

Het dilemma van de patiënt

Je moet deze narigheid zien te voorkomen door je euthanasieverzoek nauwkeuriger te omschrijven en alle mogelijke situaties te benoemen, zo constateren deelnemers in de rol van patiënt. Misschien zelfs wel vastleggen dat je euthanasie wil als je vrolijk lijkt of niet lijkt te lijden. Of het besluit tot euthanasie eerder nemen, als je nog volledig wilsbekwaam bent. Maar dat voelt als te vroeg.

Nee, zeggen de deelnemers in de rol van arts, een wilsverklaring kan onmogelijk alle situaties afdekken. “De werkelijke situatie wijkt toch altijd af van wat is opgeschreven. Een schriftelijk euthanasieverzoek is nuttig als onderdeel van een zorgvuldig proces en als beginpunt voor een gesprek. Zodat iedereen weet hoe de patiënt over zijn levenseinde denkt. Daarom moet je dit onderwerp vroeg bespreken en herhalen. Tegelijkertijd moeten mensen weten dat een schriftelijk euthanasieverzoek maar zelden wordt gehonoreerd, omdat aan de eisen van de euthanasiewet moet worden voldaan.”

En voer dat gesprek over het levenseinde in de volle breedte – dat vinden alle deelnemers belangrijk. “Als het gesprek alleen maar over euthanasie gaat, kunnen mensen heel gestrest raken. Want wat is het goede moment om dat verzoek te doen? Het gesprek moet juist ook over kwaliteit van leven en zorg gaan. Hoe ziet een persoon zijn levenseinde, wat heeft hij nodig, wat wil hij wel, wat wil hij niet? Het gaat erom mogelijkheden te vinden om tot op het laatste moment kwaliteit van leven te hebben.”

In andermans schoenen

De gesprekken maken vooral één ding duidelijk: de dilemma’s zijn groot en de oplossingen niet zwart-wit. Het helpt om in de schoenen van de ander te gaan staan. Elke positie kent eigen dilemma’s. Dat inzicht is erg belangrijk, want we moeten samen uit de complexe dilemma’s rond euthanasie en dementie komen.

Deze uitkomst én de opvattingen die de deelnemers schriftelijk hebben aangeleverd, nemen de KNMG en haar federatiepartners mee om tot een visie te komen over het onderwerp euthanasie bij dementie.’

KNMG-project euthanasie bij dementie

 

Slecht dieet grootste gezondheidsrisico ter wereld

Wereldwijd zijn slechte voedingsgewoonten verantwoordelijk voor 11 miljoen doden per jaar. Dat is meer dan tabak en roken. Met name een gebrek aan goede voedingsstoffen (zoals groenten, fruit en noten) is hier verantwoordelijk voor. Suiker en transvetten zijn wel schadelijk maar veroorzaken minder doden. Het onderzoek is gepubliceerd in the Lancet.

Hartaanvallen en beroertes zijn de meest prevalente doodsoorzaken die een verband hebben met voeding. Deze twee worden gevolgd door kanker en type 2 diabetes. Het onderzoek wijst uit dat beter eten en drinken 1 op de 5 doden kan voorkomen. Ondanks nationale verschillen is een beperkte groente en fruit inname verantwoordelijk voor de helft van alle doden. Een suboptimaal dieet is de grootste sluipmoordenaar wereldwijd. Er bestaat geen groter gezondheidsrisico.

De laatste twee decennia wordt mensen met name aangeraden om de inname van suiker, zout en vet te beperken. Het promoten van gezonde opties is een beter idee. Het Mediterraans dieet is een voorbeeld van hoe het wel kan. Libanon, Israël en Iran zijn hierin voorbeelden. Maar ook die landen hebben geen optimaal dieet.

Slecht dieet leidt tot hartproblemen bij nageslacht

Muizen die een dieet met veel vet en suikers consumeren tijdens en voor de zwangerschap krijgen vaker nageslacht met hartklachten. De problematiek wordt op zijn minst 3 generaties doorgegeven zelfs als de jongere generaties wel een gezonder dieet volgen. Ook de vader van de nakomelingen heeft invloed. Wanneer de moeder een gezond dieet volgde maar de vader niet leidt dit tevens tot hartproblemen.

Het slechte dieet verandert de cellen in het hart, meer specifiek de mitochondriën. De mitochondriën zijn als het ware de motor van iedere cel. De ontdekking moet leiden tot meer onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op hartproblemen.

 

Verband tussen consumptie frisdrank en groei van darmkanker

Onderzoekers van het Baylor College of Medicine hebben een verband aangetoond tussen de consumptie van maissiroop (een suiker variant) en de groei van tumoren in het darmstelsel bij muizen. Maissiroop wordt veelal gebruikt als zoetmaker in frisdranken. De omgerekende inname van 1 glas frisdrank versnelt de groei van tumoren in het darmstelsel bij muizen. Voorgaande is onafhankelijk van of de muis obees was of niet. Dat overmatige suikerconsumptie kan leiden tot obesitas is algemeen geaccepteerd.

De resultaten wekken de suggestie dat zelfs een beperkte inname van frisdrank tumorgroei in het darmstelsel bevordert. Chronische consumptie versnelt de ontwikkelingstijd van tumoren nog meer. Bij mensen kan het 20 tot 30 jaar duren voor darmkanker doorzet en agressieve vormen aanneemt.

De bevindingen leiden ook tot nieuwe behandelingsmogelijkheden. Het vermijden van frisdrank in plaats van het gebruiken van medicijnen is daar een voorbeeld van. Verder onderzoek is echter nodig.

Riolering verklapt wereldwijde antimicrobiële weerstand

De technische universiteit van Denemarken heeft het DNA materiaal in de verschillende rioleringsystemen wereldwijd onderzocht. De wereld valt uiteen in 2 groepen. Noord-Amerika, West-Europa, Australië en Nieuw-Zeeland hebben de laagste weerstand. Azie, Afrika en Zuid-Amerika hebben de hoogste weerstand. Brazilie, India en Vietnam hebben de grootste diversiteit in resistente genen terwijl Australië en Nieuw-Zeeland de laagste diversiteit hebben.

Sanitaire voorzieningen en gezondheid staan in nauw verband met antimicrobiële weerstand. Er zijn diverse datasets van de Wereldbank gebruikt om dat verband aan het licht te brengen. Nederland, Nieuw Zeeland en Zweden hebben de laagste weerstand. Tanzania, Vietnam en Nigeria hebben de hoogste weerstand.

Een tof artikel delen of contact opnemen? Mail ons.

Schrijf je binnenkort in voor onze nieuwsbrief!