Medicatie heeft voor kinderen met ADHD positieve invloed op gedrag, maar niet of nauwelijks op schoolprestaties. Zo blijkt uit onderzoek door klinisch neuropsycholoog Anne Fleur Kortekaas-Rijlaarsdam. Ze adviseert om medicatie niet langer voor te schrijven met verbetering van schoolprestaties als doel.

Op basis van de resultaten van het onderzoek van Kortekaas-Rijlaarsdam heeft de landelijke netwerkorganisatie voor professionals in de kinder- en jeugdpsychiatrie de informatievoorziening voor ouders, leerkrachten en behandelaars aangepast. Ouders weten hierdoor wat ze wel en niet kunnen verwachten van medicijnen. Kinderen zijn bijvoorbeeld wel rustiger in de klas en kunnen beter contact maken met klasgenoten, maar maken toetsen niet beter en halen geen hoger middelbare schoolniveau.

Kortekaas-Rijlaarsdam toont aan dat de kleine effecten die ADHD-medicijnen hebben op leerprestaties van kinderen met ADHD, niet verklaard kunnen worden door verbeteringen in hun gedrag in de klas. Ook zouden de ADHD-medicijnen geen invloed hebben op geheugen- en aandachtsfuncties die belangrijk zijn om goed te kunnen leren. Verder zouden deze kinderen niet meer gemotiveerd zijn voor school wanneer zij ADHD-medicatie gebruiken.

Volgens de Gezondheidsraad is het aantal kinderen tussen de 4 en 18 jaar oud dat methylfenidaat, de werkzame stof in medicijnen als Ritalin en Concerta, kreeg, sinds 2003 toegenomen van 1 procent naar ruim 4 procent. Behandelaren zouden bij behandeling van milde tot matig ernstige ADHD eerst moeten kijken naar de psychosociale aanpak van problemen, voor overgang op medicijnen. Als de nadruk ligt op aanpak van teruglopende schoolprestaties, is voorschrijven van medicatie niet altijd de oplossing.

Bron: VU.nl